| Afkortingen |
 |
|
AWG
|
|
American Wire Gauge
Norm voor kabeldiameter. |
BF
|
|
Bus Failure
Led op stations dat aangeeft dat ze niet in data exchange staan. |
BFOC
|
|
Bajonet Fiber Optic Converter
Connector voor glasvezel kabel. |
DA
|
|
Destination Address
Bestemmingsadres. |
DCS
|
|
Distributed Control System
Systeem voor gedistribueerd integraal meten, regelen en visualiseren
van een procesinstallatie. |
DP
|
|
Zie PROFIBUS DP. |
DP-V2
|
|
Zie PROFIBUS DP-V2. |
DP-V1
|
|
Zie PROFIBUS DP-V1. |
E&I
|
|
Electrical and Instrumentation
Bekabeling en instrumentatie van een fabriek of grote installatie. |
EMC
|
|
Electro Magentic Compatibility. |
EMI
|
|
Electro Magnetic Interference. |
ERP
|
|
Enterprise Resource Planning
Software voor het op managementniveau doelgericht besturen van de
hulpbronnen van de onderneming. |
FCS
|
|
Frame Check Sequence
Wiskundige som van alle bytes in een bericht (uitgezonderd Start-
en End Delimiter). |
FDL
|
|
Fieldbus DataLink
Datalinklaag van PROFIBUS in het OSI-model. |
FISCO
|
|
Fieldbus Intrinsically Safe Concept. |
FMS
|
|
Fieldbus Message Specification
Voorloper van PROFIBUS DP. Het wordt niet meer gedreven door de leveranciers. |
FO
|
|
Fibre OpticGlasvezel. |
GSD
|
|
Generic Slave Description
Een ASCII bestand dat alle PROFIBUS eigenschappen van een DP/PA slave
of DP master beschrijft. Een configuratietool heeft dit bestand
nodig om de slave in een project op te nemen. |
HART
|
|
Highway Adresseable Remote Transducer. |
HMI
|
|
Human Machine Interface
Methode waarmee informatie over een installatie of proces aan de
gebruiker gepresenteerd kunnen worden. |
HSA
|
|
Highest Station Address
Hoogste master adres in het netwerk. |
HTTP
|
|
Hyper Text Transfer Protocol
Een protocol voor dataoverdracht op het World Wide Web. |
IPC
|
|
Industrial Personal Computer. |
LWL
|
|
Lichtwellen LeiternGlasvezel. |
MBP
|
|
Manchester and Bus Powered
Een transmissietechniek waarbij voeding en data op 2 aders tezamen
worden gemoduleerd. De techniek bestaat uit twee varianten:
-IS = Intrinsic Safety;
-LP = Low Power. |
MCC
|
|
Motor Control Center. |
MES
|
|
Manufacturing Execution System
Verzorgt de koppeling tussen administratieve logistieke systemen
met technische systemen. |
NEN
|
|
NEderlandse Norm. |
OEM
|
|
Original Equipment Manufacturer
Fabrikant van een op zichzelf staand product of onderdeel van een
installatie. |
OLM
|
|
Optical Link Module
Glasvezel koppelaar. |
OP
|
|
Operator Panel
Heeft veel weg van een HMI. |
OPC
|
|
Object Linking and Embedding for Process Control
Standaard interface van Microsoft waarmee applicaties toegang hebben
tot data van process control apparatuur. |
OS
|
|
Operator Station. |
P&ID
|
|
Piping and Instrumentation Diagram
Schema van de leidingen en instrumenten in een fabriek of installatie. |
PA
|
|
Zie PROFIBUS PA. |
PCC
|
|
PROFIBUS Competence Center. |
PLC
|
|
Programmable Logic Controller
Programmeerbare logische besturingscomputer. |
PTL
|
|
PROFIBUS Test Laboratory. |
PUR
|
|
PolyURethaan. |
PV
|
|
Process VariableMeet- of proceswaarde. |
PVC
|
|
PolyVinylChloride |
RIO
|
|
Remote I/O. |
RTS
|
|
Request To Send
Signaal dat een aanvraag doet om te kunnen zenden. |
RXD
|
|
Receive Data Signal
Signaal waarover data ontvangen wordt. |
SA
|
|
Source AddressBronadres. |
SAP
|
|
Service Access Point
Methode van commando- en verbindingsstructurering bij PROFIBUS. |
SCADA
|
|
Supervision Control And Data Acquisition
Systeem dat geautomatiseerde processen visualiseert. |
SDN
|
|
Send Data with No acknowledge
Berichttransactie waarop geen bevestiging van ontvangst op een bericht
wordt gegeven. |
SF
|
|
System Failure
Led op stations dat aangeeft dat ze een locale storing hebben. |
TCO
|
|
Total Cost of Ownership.
Totale kosten die gemaakt worden gedurende de hele levensduur van
een fabriek of installatie. Inbegrepen zijn kosten voor design,
engineering, procurement, construction, start-up, operations, maintenance
en decommisioning. |
TXD
|
|
Transmit Data Signal
Signaal waarover data verzonden wordt. |
UART
|
|
Universal Asynchronous Receiver/Transmitter
(asynchrone communicatie controller). |
| |
|
|
| Organisaties |
|
|
DIN
|
|
Deutsches Institut fÜr Normung. |
EIA
|
|
Electronic Industries Association. |
ISO
|
|
International Standardisation Organisation
Organisatie die internationale normen vaststelt. |
PI
|
|
PROFIBUS International. |
PNO
|
|
PROFIBUS Nutzer Organization. |
PTB
|
|
Physikalisch Technischen Bundesanstalt. |
| |
|
|
| Termen |
|
|
Actief station
|
|
Zie Master. |
Afsluitweerstand
|
|
Een weerstandscombinatie dat wordt aangebracht
op beide uiteinden van de netwerkkabel om reflecties te voorkomen. |
ASIC
|
|
Application Specific Integrated Circuit
In de PROFIBUS wereld is dit een chip die de protocol afhandeling
voor een apparaat verzorgd zodat de microprocessor verlicht wordt
van deze veeleisende taak. Voorbeelden van ASIC’s: SPC3,
LSPM2, DPC31 |
Attenuation
|
|
Demping. |
Baudrate
|
|
Transmissiesnelheid. |
Boomtopologie
|
|
Een verzameling bustopologien die met elkaar
verknoopt zijn, meestal gescheiden door middel van repeaters. |
Broadcast
|
|
Een bericht naar alle stations. |
Bus maintenance
|
|
Een term die gebruikt wordt voor de activiteiten
die een PROFIBUS master altijd binnen zijn tokencyclus moet
doen ongeacht de draaiende applicatie. Deze activiteiten
betreffen het zoeken naar nieuwe masters. |
Busparameters
|
|
Instellingen die het datacommunicatiegedrag
op de bus bepalen. |
Bustopologie
|
|
Een netwerk dat bestaat uit 1 lange hoofdkabel
waaraan alle aanwezige stations parallel zijn verbonden.
De kabel wordt veelal met terminators afgesloten. |
Cross talk
|
|
Overspraak. |
Drop
|
|
Zie Stub. |
Frame
|
|
Een netwerkbericht waarmee data wordt getransporteerd. |
GAP
|
|
Een waarde die het totaal aantal vrije ID
nummers tussen twee masters aangeeft. |
Half-duplex
|
|
Een transmissietechniek waarmee op een bepaald
moment maar één station kan zenden op het transmissiemedium. |
Hamming Distance
|
|
Een datacommunicatieterm die aangeeft hoeveel
bits er tijdens het datatransport op strategische plaatsen
moeten omvallen zodat het bericht niet meer betrouwbaar op
fouten te controleren is. Bij ‘standaard’ PROFIBUS
is dit 4. |
Impedantie
|
|
Wisselstroomweerstand. |
Infrarood
|
|
Elektromagnetische straling met golflengten
groter dan die van zichtbaar licht. |
Loopweerstand
|
|
Een waarde die de totale weestand van beide
aders in een PROFIBUS kabel aangeeft. De loopweerstand wordt
gebruikt om verliezen te berekenen of als controlewaarde
tijdens het doormeten van een aangesloten kabel. |
Master
|
|
Dit is een station dat permanent verantwoordelijk
is voor de besturing van het netwerk. |
Multicast
|
|
Een bericht naar meerdere stations tegelijk. |
Nozzle
|
|
Mondstuk of tuit. |
OSI-model
|
|
7 lagen model voor datacommunicatienetwerken. |
Passief station
|
|
Zie Slave. |
Pollen
|
|
Cyclisch afvragen. |
PROFIBUS DP-V1
|
|
Deze norm is een toevoeging op standaard PROFIBUS
DP voor apparaten die een hogere functionaliteit aan communicatiediensten
eisen wegens de beschikbaarheid van een grote hoeveelheid
parameters en variabelen die niet via standaard DP overgedragen
kunnen worden (bijv. Remote I/O voor de procesindustrie).
Kenmerken:- Parametriseren tijdens het in bedrijf zijn- Directe
variabele benadering- Alarm en Event behandeling- Geschikt
voor "open profielen"- Geschikt voor gateways |
PROFIBUS DP-V2
|
|
Deze norm is een toevoeging op standaard PROFIBUS
DP voor apparaten die een garandeerde buscyclustijd en slave-to-slave
communicatie eisen (bijv. highspeed drive applicaties). |
PROFIBUS
|
|
PROcess FIeld BUS.
PROFIBUS is een 2-draads industriële datacommunicatiestandaard
(veldbus) waarmee componenten zoals sensoren, actuatoren en controllers
informatie uitwisselen om een complete besturing te automatiseren.
PROFIBUS is uitermate geschikt voor toepassingen in de productieautomatisering,
gebouwautomatisering en procesindustrie. Het is het meest gebruikte
open systeem met meer dan 12 miljoen toegepaste componenten in bijna
1 miljoen installaties. |
PROFIBUS DP
|
|
Decentralized Peripherals, is in eerste instantie
ontwikkeld voor applicaties waarbij snelheid en plug-en-play
centraal staan. Deze variant wordt het meest in de productieautomatisering
toegepast en heeft enorm veel applicaties op het gebied van
remote I/O, frequentieregelaars, sensoren en actuatoren.
Een DP master vraagt 1 voor 1 alle slaves af door de outputs
te schrijven en de inputs te lezen (cyclisch). Met behulp
van een configuratietool wordt de netwerkconfiguratie samengesteld
(wie communiceert met elkaar). Het elektrische medium is
gebaseerd op RS 485 of glasvezel. |
PROFIBUS PA
|
|
Process Automation, is de oplossing voor toepassingen
in de procesautomatisering. Het is gebaseerd op DP, maar
de functionaliteit en bekabelingstechniek zijn volledig voor
deze branche geschikt gemaakt. Het accent ligt vooral op:
explosieveiligheid, uitwisselbaarheid en data+voeding over
dezelfde kabel. Dit systeem is een directe vervanger voor
4..20 mA installaties. PA koppelt eenvoudig aan een DP netwerk. |
PROFIdrive
|
|
Deze norm is een toevoeging op standaard PROFIBUS
DP voor apparaten die in aandrijfapplicatie toegepast worden.
De datastructuur is geprofileerd en bij versie 3.0 wordt
er van DP-V2 gebruik gemaakt om ook highspeed synchrone applicaties
mogelijk te maken. |
PROFINET
|
|
PROFINET zorgt voor een transparante binding
tussen veldapparatuur en management level door diensten vast
te leggen op Ethernet/TPC-IP. Hierdoor wordt een multi-vendor,
plant-wide verticale integratie van gedistribueerde systemen
mogelijk. |
PROFIsafe
|
|
Deze norm is een toevoeging op standaard PROFIBUS
DP voor apparaten die in safety applicaties toegepast worden.
Door profilering in de datastructuur voldoet het aan de veiligheidsnormen
IEC 61508 en EN 954-1. PROFIsafe is de oplossing voor het
elimineren van conventionele veiligheidskringen door gebruik
te maken van de bestaande PROFIBUS DP infrastructuur. Failsafe
signalen en de ‘gewone’ signalen kunnen door
elkaar heen over dezelfde kabel getransporteerd worden. |
Reflectie
|
|
Het terugkaatsen van de elektrische signalen
op de kabel.Teveel reflectie kan datacommunicatiestoringen
als gevolg hebben door de verminking van het oorspronkelijke
signaal. |
Repeat
|
|
Berichtherkansing. |
Repeater
|
|
Een signaalversterker dat het datacommunicatiesignaal
regenereert. Doormiddel van een repeater kan men de kabellengte
en het aantal stations vergroten. |
Retry
|
|
Zie Repeat. |
RS 485
|
|
'Standard for electrical characteristics of
generators and receivers for use in balanced digital multipoint
systems'.Een veelvoorkomend 2 draads transmissiemedium in
de industrie. |
SEMI
|
|
Een profiel voor de semiconductor industrie. |
Shield
|
|
Afscherming. |
Slave
|
|
Dit is een station dat besturingsfuncties
uitvoert in opdracht van een master. |
Spur
|
|
Zie Stub. |
Steekleiding
|
|
Zie Stub. |
Stub
|
|
Een aftakking van de hoofdkabel waarop 1 deelnemer
wordt aangesloten. |
Tapp-off
|
|
Zie Stub. |
Tee
|
|
T-stuk. |
Terminator
|
|
Zie Afsluitweerstand. |
Toegangsmethode
|
|
Methode om toegang te verkrijgen tot het netwerk.
Voorbeelden: Token passing, CSMA/CD. |
Token
|
|
Een unieke bitcombinatie of bericht dat op
het netwerk tussen stations (meestal masters) circuleert.
Een station dat het token heeft, heeft het recht op zenden. |
Topologie
|
|
Methode van bekabelen en aansluiten.Voorbeelden
hiervan zijn: bus-, ring-, ster-, boom-, of kippenpoottopologie. |
Transceiver
|
|
De receiver en transmitter tezamen. Een element
dat informatie kan zenden en ontvangen. |
Transmissiemedium
|
|
De fysische drager(s) van de signalen. |
Trunk
|
|
De hoofdkabel. |
Twisted Pair
|
|
Getwist koperdraad (getwiste paren). |